Cosinus berekenen

Vul een hoek in en zie meteen de cosinus. Bij bijzondere hoeken, zoals 30°, 45° en 60°, zie je ook de exacte waarde, bijvoorbeeld cos(60°) = 1/2.

Hoek in

In graden of radialen (kies hierboven). pi/3 mag ook.

Vul de velden in; de uitkomst verschijnt hier direct.

Zo werkt het

  1. Vul de waarden in

    Typ de getallen of de formule. Kommagetallen mogen met een komma. Geen idee? Klik op Voorbeeld invullen.

  2. Direct de uitkomst

    Het antwoord verschijnt terwijl je typt, met de belangrijkste tussenwaarden erbij.

  3. Bekijk de uitleg

    Onder "Zo reken je het uit" zie je de stappen, handig om je eigen berekening te controleren.

Wat is de cosinus?

In een rechthoekige driehoek is de cosinus van een hoek de aanliggende zijde gedeeld door de schuine zijde. Op de eenheidscirkel is het de x-coördinaat van het punt bij die hoek, en daarom ligt de cosinus altijd tussen −1 en 1.

Graden of radialen?

Een hele draai is 360° of 2π radialen, dus 60° = π/3 rad. Vul de hoek in graden of radialen in (kies hierboven). Sommen als pi/3 of 2pi/5 werken ook. De uitkomst is hetzelfde; alleen de eenheid van de hoek verschilt.

Handige waarden

cos(0°) = 1, cos(60°) = 1/2, cos(90°) = 0 en cos(180°) = −1. Wil je de hoek bij een cosinus weten, gebruik dan inverse cosinus. Voor sinus, cosinus en tangens samen is er goniometrische functies.

Exacte waarden om te onthouden

Hoek cos Kommagetal
0° 1 1
30° √3/2 0,8660
45° √2/2 0,7071
60° 1/2 0,5
90° 0 0
180° −1 −1

Een praktisch voorbeeld

Een ladder van 4 m staat onder een hoek van 70° met de grond. Langs de vloer komt hij 4 × cos(70°) ≈ 1,37 m van de muur. In een rechthoekige driehoek geeft de cosinus de aanliggende zijde als deel van de schuine zijde, dus je vermenigvuldigt met de schuine zijde om de aanliggende zijde te vinden.

De cosinusregel

In elke driehoek geldt c² = a² + b² − 2ab · cos(C). Daarmee is de cosinus het gereedschap voor driehoeken zonder rechte hoek. Van een cosinus terug naar de hoek ga je met inverse cosinus; voor een rechthoekige driehoek met twee bekende zijden is hoeken berekenen sneller.

Veelgestelde vragen

Wat is cos 0 en cos 90?

cos(0°) = 1 en cos(90°) = 0. De cosinus begint bij 1, daalt naar 0 bij 90°, bereikt −1 bij 180°, is 0 bij 270° en weer 1 bij 360°.

Waarom geeft mijn rekenmachine een ander antwoord?

Bijna altijd door de verkeerde stand. cos(60) is 0,5 in de gradenstand, maar ongeveer −0,952 in de radialenstand. Kies hier de eenheid boven het veld en het resultaat volgt.

Wat is de cosinus van een negatieve hoek?

Dezelfde als van de positieve hoek: cos(−x) = cos(x). De cosinus is een even functie, dus cos(−60°) is ook 1/2.

Wanneer is de cosinus negatief?

Bij hoeken tussen 90° en 270°, waar het punt op de eenheidscirkel links van de verticale as ligt. cos(120°) = −1/2.