Inverse Laplacetransformatie berekenen
Typ een breuk van twee polynomen in s, zoals (s + 3) / ((s + 1)(s + 2)), en krijg f(t), met de polen en de stappen van de partiële breuksplitsing.
Een breuk van twee polynomen in s, zoals 1/(s^2 + 4) of 5/(s − 2)^2.
Vul de velden in; de uitkomst verschijnt hier direct.
Zo reken je het uit
Zo werkt het
-
Vul de waarden in
Typ de getallen of de formule. Kommagetallen mogen met een komma. Geen idee? Klik op Voorbeeld invullen.
-
Direct de uitkomst
Het antwoord verschijnt terwijl je typt, met de belangrijkste tussenwaarden erbij.
-
Bekijk de uitleg
Onder "Zo reken je het uit" zie je de stappen, handig om je eigen berekening te controleren.
Zo werkt het
- Zoek de polen: de nulpunten van de noemer.
- Splits F(s) in partiële breuken, één term per pool p, met (s − p)ᵏ in de noemer bij meervoudige polen.
- Transformeer elke term terug met de tabel: L⁻¹{1 / (s − p)ᵏ} = tᵏ⁻¹ / (k − 1)! · e^(pt).
Twee complexe polen a ± bi geven samen een term e^(at)·(… cos(bt) + … sin(bt)). In het voorbeeld is f(t) = 2e^(−t) − e^(−2t).
Grenzen
De graad van de teller moet lager zijn dan die van de noemer (een echte breuk); anders zou f(t) een deltafunctie bevatten. De heenweg is Laplacetransformatie berekenen.
Rekenvoorbeelden
| F(s) | f(t) |
|---|---|
| 1 / (s + 1) | e^(−t) |
| 1 / (s² + 4) | ½ · sin(2t) |
| 5 / (s − 2)² | 5t · e^(2t) |
| 1 / (s² + 2s + 5) | ½ · e^(−t) · sin(2t) |
| (s + 3) / ((s + 1)(s + 2)) | 2e^(−t) − e^(−2t) |
De partiële breuken van het voorbeeld
Voor (s + 3) / ((s + 1)(s + 2)) schrijf je A/(s + 1) + B/(s + 2). De coëfficiënt A is de teller bij s = −1, gedeeld door de andere factor bij −1: A = (−1 + 3) / (−1 + 2) = 2. Zo ook B = (−2 + 3) / (−2 + 1) = −1. Dus F(s) = 2/(s + 1) − 1/(s + 2), en f(t) = 2e^(−t) − e^(−2t).
Complexe polen
s² + 2s + 5 is gelijk aan (s + 1)² + 4, met polen −1 ± 2i. Dat geeft de gedempte trilling e^(−t) · sin(2t) gedeeld door 2. Waar een kwadratische noemer nul wordt, vind je met kwadratische vergelijking oplossen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn polen?
De nulpunten van de noemer van F(s). Elke pool p geeft een term e^(pt) in f(t): reële polen geven exponentiële functies, en complexe polen a ± bi geven trillingen e^(at)·sin(bt) of cos(bt).
Wat gebeurt er bij een meervoudige pool?
Een pool p die k keer voorkomt, geeft termen met 1/(s − p)ᵏ, en elk daarvan gaat terug naar tᵏ⁻¹/(k − 1)! · e^(pt). Dus 1/(s − 2)² wordt t · e^(2t).
Waarom krijg ik bij sommige breuken een foutmelding?
De teller moet een lagere graad hebben dan de noemer. Een onechte breuk als s² / (s + 1) zou een deltafunctie in f(t) geven, wat deze tabel niet dekt.
Geldt f(t) ook voor negatieve t?
Nee. De eenzijdige Laplacetransformatie beschrijft alleen t ≥ 0, dus het resultaat is de functie voor t ≥ 0.