Breuken delen

Vul twee breuken in en zie het quotiënt vereenvoudigd, als gemengd getal en als kommagetal. De stappen tonen de truc: delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde.

Bijvoorbeeld 3/4, 1 1/2, −2 of 0,25.

Vul de velden in; de uitkomst verschijnt hier direct.

Zo werkt het

  1. Vul de waarden in

    Typ de getallen of de formule. Kommagetallen mogen met een komma. Geen idee? Klik op Voorbeeld invullen.

  2. Direct de uitkomst

    Het antwoord verschijnt terwijl je typt, met de belangrijkste tussenwaarden erbij.

  3. Bekijk de uitleg

    Onder "Zo reken je het uit" zie je de stappen, handig om je eigen berekening te controleren.

Zo deel je breuken

Draai de tweede breuk om en vermenigvuldig: 3/4 ÷ 5/8 = 3/4 × 8/5 = 24/20 = 6/5, dat is 1 1/5 als gemengd getal en 1,2 als kommagetal. De omgedraaide breuk heet het omgekeerde (of reciproke).

Delen door nul

Een breuk met 0 als teller, zoals 0/5, is 0, en delen door 0 kan niet. De calculator meldt dat, in plaats van een verkeerd antwoord te geven.

Invoer kan bestaan uit breuken, gemengde getallen, hele getallen of kommagetallen, en het resultaat is exact. Wil je vermenigvuldigen, gebruik dan breuken vermenigvuldigen.

Meer voorbeelden

  • Heel getal ÷ breuk: 2 ÷ 1/4 = 2 × 4 = 8, want er passen acht kwarten in twee hele.
  • Breuk ÷ heel getal: 1/2 ÷ 3 = 1/6, een halve pizza gedeeld door drie personen.
  • Gemengde getallen: 1 1/2 ÷ 3/4 = 3/2 × 4/3 = 12/6 = 2.

Waarom omdraaien werkt

Een deling is hetzelfde als een breuk met de deler eronder: (3/4) / (5/8). Vermenigvuldig boven en onder met 8/5, het omgekeerde van 5/8, en onder staat 1. Boven komt 3/4 × 8/5 = 24/20 = 6/5. Dat is de regel die je met de hand toepast, en wat de calculator in de stappen laat zien.

Delen door een breuk is iets anders dan delen door een getal

Delen door 1/2 verdubbelt een getal, delen door 2 halveert het. Let daarop bij het lezen van een opgave. Voor gewone getallen gebruik je delen, en voor het omgekeerde breuken vermenigvuldigen.

Veelgestelde vragen

Waarom draai je de tweede breuk om bij delen?

Delen door een getal is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Delen door 1/4 vraagt hoeveel kwarten er passen, en dat zijn er 4 per heel, dus 2 ÷ 1/4 = 2 × 4 = 8.

Hoe deel ik een breuk door een heel getal?

Schrijf het hele getal als breuk met noemer 1 en draai om: 1/2 ÷ 3 = 1/2 × 1/3 = 1/6.

Kan het antwoord groter zijn dan de breuk waarmee ik begon?

Ja, als je deelt door een breuk kleiner dan 1. 3/4 ÷ 1/2 = 3/2. Deel je door een getal groter dan 1, dan wordt de uitkomst kleiner.

Wat als de tweede breuk nul is?

Delen door nul heeft geen antwoord, dus de calculator meldt dat in plaats van een uitkomst te geven.