Breuken aftrekken

Vul twee breuken in en zie het verschil vereenvoudigd, als gemengd getal en als kommagetal. De stappen tonen de gelijke noemer en hoe de tellers van elkaar worden afgetrokken.

Bijvoorbeeld 3/4, 1 1/2, −2 of 0,25.

Vul de velden in; de uitkomst verschijnt hier direct.

Zo werkt het

  1. Vul de waarden in

    Typ de getallen of de formule. Kommagetallen mogen met een komma. Geen idee? Klik op Voorbeeld invullen.

  2. Direct de uitkomst

    Het antwoord verschijnt terwijl je typt, met de belangrijkste tussenwaarden erbij.

  3. Bekijk de uitleg

    Onder "Zo reken je het uit" zie je de stappen, handig om je eigen berekening te controleren.

Zo trek je breuken af

  1. Maak de noemers gelijk. Bij 5/6 − 1/4 is het kleinste gemene veelvoud van 6 en 4 gelijk aan 12: 5/6 = 10/12 en 1/4 = 3/12.
  2. Trek de tellers af. 10/12 − 3/12 = 7/12.
  3. Vereenvoudig waar mogelijk.

Is de tweede breuk groter, dan is het antwoord negatief: 1/4 − 5/6 = −7/12.

Invoer

Breuken (3/4), gemengde getallen (2 1/3), hele getallen en kommagetallen werken allemaal, net als negatieve getallen. Alles wordt exact berekend. Wil je optellen, gebruik dan breuken optellen.

Voorbeeld met gemengde getallen

Trek 1 3/4 af van 3 1/2. Als onechte breuken is dat 7/2 − 7/4. De gelijke noemer is 4, dus 7/2 wordt 14/4, en 14/4 − 7/4 = 7/4. Als gemengd getal is het verschil 1 3/4, oftewel 1,75.

Een heel getal min een breuk

Neem 2 − 3/5. Twee hele is 10/5, dus 10/5 − 3/5 = 7/5 = 1 2/5. Vul 2 in het eerste vak in en 3/5 in het tweede om dezelfde stappen te zien.

Een veelgemaakte fout

3/4 − 1/2 is geen 2/2. Wie tellers en noemers los van elkaar aftrekt, breekt de betekenis van de breuk. Schrijf eerst 1/2 als 2/4, dan is 3/4 − 2/4 = 1/4. De gelijke noemer vind je met het kleinste gemene veelvoud.

Veelgestelde vragen

Kan de uitkomst negatief zijn?

Ja. Is de tweede breuk groter, dan ligt het resultaat onder nul: 1/4 − 5/6 = −7/12. De calculator toont het minteken en vereenvoudigt zoals gewoonlijk.

Hoe trek ik een breuk van een heel getal af?

Schrijf het hele getal als breuk met dezelfde noemer. 2 − 3/5 is 10/5 − 3/5 = 7/5, oftewel 1 2/5. Vul in de calculator gewoon 2 in als eerste getal.

Waarom moeten de noemers gelijk zijn?

De noemer zegt hoe groot elk stukje is. Je kunt alleen stukjes van dezelfde grootte aftrekken, dus beide breuken worden eerst herschreven met hun kleinste gelijke noemer.

Hoe trek ik gemengde getallen af?

Maak er onechte breuken van, trek af en vereenvoudig. 3 1/2 − 1 3/4 is 14/4 − 7/4 = 7/4, dus 1 3/4.